Behandelvisie

Als er een behandeling gestart wordt kijken we naar de mens achter het gedrag. Hoe komt het dat zij bepaald gedrag laten zien?

Uitgangspunt in de behandeling is een holistisch mensbeeld ('VG'). Het doel van de behandeling is rehabilitatie ('GGZ') en resocialisatie ('Justitie'). Er is niet alleen aandacht voor de ziekte van de cliënt en/of het problematische gedrag/gepleegde delict, maar voor de hele persoon en het individuele levensverhaal, zoals voorgeschiedenis, culturele en levensbeschouwelijke context, persoonlijkheid, lichaamsbeleving, naaste omgeving (netwerk), stoornis of handicap in de huidige en voorliggende (behandel)context, capaciteiten, vaardigheden en (ontwikkelings)mogelijkheden. Daarbij kijken we naar wat mogelijk is voor de toekomst. 

Het streven is om cliënten weer grip op het leven te krijgen, deel uit te laten nemen aan de maatschappij. Dit kan eventueel samen gaan met een vorm van (blijvende) ondersteuning. De uitgangspunten voor de behandeling zijn uitgewerkt en vastgelegd in een visiedocument "Behandelvisie (forensische) SGLVG".

Behandeling

De instellingen delen al jaren kennis en expertise over het behandelen en begeleiden van mensen met een verstandelijke beperking en psychiatrische ziektebeelden die (daardoor) in aanraking zijn gekomen met justitie. Met de kennis uit de drie sectoren zijn gespecialiseerde multidisciplinaire behandelingen ontwikkeld. Deze worden continue aangescherpt en verder ontwikkeld. Cliënten kunnen ambulante en klinische behandelingen volgen. Er zijn ook gespecialiseerde modules ontwikkeld voor specifieke behandelvragen.

De behandelcentra integreren de kernwaarden Bejegenen, Behandelen, Beveiligen in één behandelmethodiek. Zo wordt toegewerkt naar een situatie waarbij de cliënt weer optimaal kan participeren in de samenleving. De behandelingen:

  • zijn integraal gericht op verschillende leefsferen van de cliënt;
  • onderscheiden zich door grote aandacht voor risicomanagement;
  • kenmerken zich door integratie van competenties vanuit de GGZ, de VG en Justitie;
  • zijn interdisciplinair; tenminste een psychiater, een gedragswetenschapper en trajectbegeleider zijn onderdeel van een behandelteam;
  • worden (wetenschappelijk) onderzocht op de bereikte resultaten.

Kernwaarden

Behandelmodulen

Samen hebben we gespecialiseerde behandelprogramma’s ontwikkeld, bijvoorbeeld over agressie, zedendelicten, verslaving of trauma. Deze worden gebruikt binnen De Borg-instellingen. In overleg zijn de modulen "Grip op Agressie" en "Omgaan met middelen en verslaving" ook beschikbaar voor andere zorgaanbieders. Voor meer informatie over het gebruik van deze programma's kun je contact opnemen met ons.

Effect van behandelingen

  • een positieve invloed op de kwaliteit van het leven van de cliënt;
  • verkleinen van de handelingsverlegenheid van begeleiders;
  • efficiënt omgaan met de beschikbare middelen;
  • verhogen van de veiligheid in de samenleving.

 

Kennis delen

 

 

Ambulante Behandeling

Heeft de cliënt vanwege zijn complexe problematiek steeds complexere problemen? Vermindert zijn vermogen om zelfstandig deel te nemen aan de maatschappij en kan zijn netwerk hem steeds minder ondersteunen? Dan is gespecialiseerde ambulante hulpverlening mogelijk. 

Fivoor, Ipse de Bruggen, STEVIG en Trajectum bieden ambulante behandeling. Bij de cliënt thuis, op het werk of bij vrije tijdsbesteding. De cliënt voert gesprekken met de hulpverlener een dagprogramma, trainingen of therapieën. De behandeling is gespecialiseerd; diverse specialisten werken samen. Een standaard kernteam bestaat uit een gedragsdeskundige, psychiater en een casemanager. De hulpverlening ligt op het snijvlak van verstandelijk gehandicaptenzorg, geestelijke gezondheidszorg en forensische zorg.

Wat te bereiken met ambulante behandeling?

  • Gevolgen van psychiatrische, sociale en gedragsproblemen verminderen en zo mogelijk opheffen.
  • Vergroten van de vaardigheden van een cliënt (zelfredzaamheid, verstandelijke en sociale vaardigheden).
  • Verbeteren van begeleiding van de cliënt door mensen in zijn omgeving.

Waarom ambulante behandeling?

  • Om opname in een behandelkliniek te voorkomen.
  • Als overbrugging tot de cliënt in een kliniek terecht kan.
  • Als nazorg om de terugkeer in de samenleving in te bevorderen.

Indicatiecriteria

  • De cliënt is 18 jaar of ouder (bij uitzondering vanaf 16 jaar).
  • De cliënt heeft een IQ tussen 50 en 85.
  • Er is behandelperspectief.
  • De cliënt heeft meerdere  aandoeningen en/of stoornissen.
  • Het netwerk van de cliënt weet niet meer hoe om te gaan met de cliënt en zijn problematiek.
  • Eerdere behandeltrajecten hebben geen of onvoldoende resultaat gehad.
  • De cliënt is gemotiveerd om gedrag te leren veranderen en wil samenwerken met het behandelteam.

Klinische behandeling 

Cliënten met een LVB willen net als ieder ander zo normaal mogelijk meedoen in de maatschappij; werken, zich ontwikkelen, nodig zijn, status verwerven, gewaardeerd worden om wie zij zijn en hun vrije tijd prettig invullen. Vaak lukt dat niet vanwege gebrekkig onderwijs en problematische ervaringen op de arbeidsmarkt. Als ambulante ondersteuning hen niet helpt kan klinische behandeling een uitkomst bieden. Klinische behandeling duurt meestal tussen drie maanden en drie jaar.

De behandeling sluit aan bij de cognitieve en emotionele ontwikkeling van de cliënt (VG).

  • Het ‘met elkaar omgaan’ is het centrale uitgangspunt in de woning, bij dagbesteding en bij vrije tijdsbesteding. Behandeldoelen, leertaken en feedback zijn hierop afgestemd. Elke cliënt leert planmatig zijn vaardigheden te vergroten.

De behandeling richt zich mede op de psychiatrische problematiek van de cliënt (GGZ).

  • Er is een groot aanbod van therapieën, trainingen en modules. Cliënten nemen deel aan structurerende, inzicht gevende, steunende, (cognitieve) gedrags- en systeemtherapie. Maar ook aan beeldende-, drama-, dans-, muziek- en psychomotorische therapie.
  • Veel cliënten gebruiken medicijnen die hun gedrag beïnvloeden (psychofarmaca). Tijdens de behandeling wordt regelmatig onderzocht of de cliënt de juiste medicijnen krijgt en slikt.

In de behandeling wordt voortdurend rekening gehouden met het mogelijke risico dat de cliënt voor zichzelf of zijn omgeving kan zijn. Zo nodig wordt ingegrepen met van te voren afgesproken handelingen (Justitie). Risicotaxatie en risicomanagement betekent in de praktijk dat:

  • de cliënt wordt opgenomen in een voldoende veilige omgeving zodat risico’s hanteerbaar worden;
  • de behandeling in fasen wordt aangeboden;
  • de geschiedenis van het delictgedrag gedetailleerd bestudeerd wordt. Hierop worden de interventies gestoeld;
  • bij elke belangrijke stap in het toekennen van meer vrijheden (verlof, overplaatsing naar een meer open leefgroep) altijd een risicotaxatie wordt uitgevoerd. Dit is onderdeel van de diagnostiek.